schilderij – een hoogbegaafd kind als kunstenaar

Als je honderd mensen zou vragen wat zij zien als zij kijken naar een schilderij, zullen de meeste mensen een letterlijke omschrijving geven. Waarschijnlijk zijn er ook een aantal mensen, die verder gaan in hun omschrijving. Wellicht vertellen zij iets over het soort doek, de verf, de omlijsting, het licht wat tot leven komt of details kenmerkend voor de schilder van het doek of de tijd waarin het werd vervaardigd.

 Zou het niet mooi zijn als het delen van elkaars ‘zienswijze’ meer inzicht geeft in plaats van enkel overzicht?

Het uitwisselen van informatie is van essentieel belang om te kunnen komen tot een zo volledig mogelijk inzicht en een daarop toegespitste aanpak. Hoogbegaafde kinderen zijn zeer gevoelig voor schijnbaar onbelangrijke opmerkingen, non verbale communicatie, veranderde omstandigheden thuis, in de buurt, op de sportclub, in school en ga zo maar door. Hoogbegaafde kinderen proberen vervelende momenten vaak op te lossen in hun hoofd. Een gevolg kan zijn dat zij onhandig omgaan met nieuwe situaties. Een sprekend voorbeeld is het verhaal van Giel…

Giel is een hoogbegaafde jongen van 6 jaar. In januari is hij versneld van groep 3 naar groep 5. Na een paar maanden in groep 5 blijkt het thuis niet goed te gaan met Giel. Hij heeft boze buien en is zeer tegendraads naar zijn ouders. Hij komt regelmatig boos terug van het buitenspelen.

Tijdens een gesprek tussen de ouders, school en plusklasbegeleiders komen de volgende punten naar voren:

school

De leerkrachten en internbegeleider vinden dat het goed gaat met Giel op school. Er zijn geen bijzonderheden met betrekking tot zijn leerprestaties. Hij probeert op het plein mee te voetballen met de bovenbouw, maar wordt of voelt zich afgewezen. De teleurstelling is heel duidelijk te merken.

ouders

Giel is dagelijks heel erg boos en toont zich zelfs agressief in huiselijke kring. Het kan gaan om de kleinste dingen. Giel is zeer volhardend in wat hij wil; als dit niet past binnen de regels die zijn ouders hebben gesteld, slaat hij op tilt. Ook met zijn jongere zusje gaat hij de strijd aan. Ouders hebben inmiddels via de huisarts contact gezocht met kinderpsychiatrie. Giel staat op de wachtlijst.

plusklas

Giel toont zich op zijn gemak binnen de plusklas met de andere leerlingen. Het buitenspelen gaat goed; er is een groep leerlingen zeer actief met de voetbal. Toen Giel net aan de plusklas deelnam, bleek met zijn komst een oneven aantal voetballers. Giel voelde de bui van de reservebank al hangen, maar samen met zijn plusgenoten ging hij in overleg en binnen 10 seconde werd kortgesloten dat iedereen een korte wissel zou maken binnen de speeltijd. Sinds die afspraak is het niet meer ter sprake geweest en werd er plezierig, ook door Giel, gevoetbald.

Tijdens de projecttijd heeft Giel opstartproblemen; hij lijkt niet te beginnen en zoekt naar alternatieven om bezig te zijn. Tijdens de les die draait om sociale vaardigheden is Giel actief betrokken en ook op zoek naar de acceptatiegrens van de plusklasbegeleiders; hij lijkt zoekend naar de werkelijke interesse van de begeleiders voor hem.

Aan het einde van het gesprek stel ik de vraag of Giel tussentijds nog is doorgetoetst. Dit bleek het geval. Giel was binnen gekomen bij de internbegeleider en had direct gevraagd: Als ik dit goed doe, mag ik dan naar groep 6…? Giel had zijn toetsen goed gemaakt, bleek doorgetoetst en scoorde toetsen van eind groep 6 nog steeds voldoende. Fantastisch!… Er bleek alleen niets te zijn gedaan met de uitslag. Giel werkte nog steeds aan het werk en verrrijking behorend bij groep 5.

Conclusie

Giel heeft de overtuiging een goede voetballer te zijn, hij zit in groep 5 en speelt met de bovenbouw op het plein. Hij wil meespelen tijdens het voetballen, maar hij ervaart weigering van anderen, omdat hij nog te klein is.

Giel kan het wel, maar hij mag het niet; hij weet niet hoe hij het kan oplossen…

Giel speelt in de buurt. Hij wil graag spelen en het liefst voetballen met de oudere kinderen (die onder andere ook bij hem op school zitten). Hij mag niet meedoen, want ze vinden Giel te klein.

Giel kan het wel, maar hij mag het niet; hij weet niet hoe hij het kan oplossen…

Giel mag eindelijk een toets maken om te kijken wat hij inmiddels alweer bij heeft geleerd. Giel voelt zich positief gestemd, want de vorige keer mocht hij na de toetsen doorstromen naar groep 5. Dat belooft wat. Doorstromen naar 6 ligt binnen handbereik. Giel laat alles zien wat hij in huis heeft (voor zo ver hij toetsen mag maken). Hij maakt de toetsen bijzonder goed, maar …. er verandert niets. Giel moet doorgaan met de verrijkingsstof van groep 5.

Giel kan het wel, maar hij mag het niet; hij weet niet hoe hij het kan oplossen…

En dus…

is Giel boos, heel boos. Zo boos dat hij thuis om de kleinste dingen ontploft en zich ontpopt als een agressieve zesjarige jongen. En dat … is niet zo vreemd. Misschien is het in dit geval zelfs redelijk normaal te noemen.

Uit het praktijkvoorbeeld van Giel blijkt de invloed van ervaringen in zijn omgeving een veel vollediger beeld geven van een hoogbegaafd kind en wat hij nodig heeft om beter kunnen functioneren thuis en op school. Vandaaruit kun je voor een aanpak kiezen die echt bij een kind past.

Laten we eerlijk zijn…

Een schilderij wordt veel mooier als het hangt in de omgeving die het past.